Om een of andere reden belanden we in de zomer in een collectieve hysterie. Temperaturen boven de 28 graden worden op het nieuws steevast aangekondigd als ‘prachtig weer’, vaak gecombineerd met een foto van honderden aangebrande mensen op een afgeladen strand. Met een bizarre uitzinnigheid worden op de eerste warme dagen barbecuevleesschotels en korte broeken van stal gehaald. Het is opeens niet meer asociaal om David Guetta uit je boombox te laten schallen. Want leef je eigenlijk wel echt, als je niet iedere dag theatraal demonstreert hoezeer je van de extreme hitte geniet?
Het komt misschien als een grote schok, maar sommigen van ons zien als een berg op tegen de zomer. Ik was lang een van die mensen. Met tegenzin merkte ik hoe de dagen langzaam langer en warmer werden, om vanaf juni uit te monden in een onverdraaglijk crescendo van non-stop fel licht en onverbiddelijke warmte. Anders dan de winterkou valt aan lange, hete dagen moeilijk te ontsnappen.
Het ergste vond ik niet eens het weer, maar alle maatschappelijke druk die de zomer met zich meebrengt. Zeggen dat je de zomer een moeilijk seizoen vindt, is vragen om uit de samenleving verbannen te worden. Dus als mijn vrienden in februari de eerste festivalplannen begonnen te maken, deed ik dralend mee. Wat ik namelijk nog erger vond dan mensenmassa’s was de fomo (fear of missing out) die ik zou voelen als ik de hele zomer foto’s van extatische mensen voorbij zou zien komen.
Enigszins pissig kocht ik dan toch wat festivalkaarten, hoewel ik diep in mijn hart wist dat ik in de zomer het liefst vijf seizoenen van Game of Thrones (‘winter is coming’) wilde bingen. Eenmaal op zo’n festival vervloekte ik mezelf. Daar stond ik, als ongelukkige, zweterige vleeszak die de hele dag bezig was andere plakkerige lichamen te ontwijken. Wie had deze massahysterie in godsnaam ooit bedacht?
De knop ging om toen een vriendin en ik op vakantie in Portugal het woord ‘lummeldecadentie’ verzonnen, om onze liefde voor onbeschaamd luieren te beschrijven. Ik ontdekte dat als ik me niets aantrok van de maatschappelijke druk om de zomer vol te proppen met evenementen waar ik geen zin in had, ik het een heerlijk seizoen vond. De zon stemde me eigenlijk enorm vrolijk, en de dagen konden me niet lang genoeg zijn. Met de zomer is dus eigenlijk niets mis, maar wel met hoe ik dacht dit seizoen te moeten inrichten.
Lieve zomer, it wasn’t you, it was me.
Verder lezen?
Rechtvaardige journalistiek verdient een rechtvaardige prijs.
Maak jij OneWorld mogelijk?
Word abonnee
- Digitaal + magazine — € 8,00 / maand
- Alleen digitaal — € 6,00 / maand